Er zijn twee redenen waarom uw leidinggevende met u een beoordelingsgesprek kan houden:
Als medewerker hebt u het recht om bij uw leidinggevende zelf een beoordelingsgesprek aan te vragen als u van mening bent dat daar een reden toe is.
Een beoordeling(-sgesprek) vindt in elk geval plaats als uw functioneren daartoe aanleiding geeft. Dat kan positief of negatief zijn. Wanneer uw leidinggevende echter vindt dat uw functioneren niet optimaal is, dan zal hij u dit tijdens het jaargesprek of in een functioneringsgesprek mededelen. Daarna start het beoordelingstraject. Tijdens het beoordelingstraject vinden gedurende een vooraf afgesproken periode een aantal beoordelingsgesprekken met u plaats.
U kunt een beoordelingsgesprek niet weigeren. Daar staat tegenover dat, wanneer u zelf om een beoordelingsgesprek vraagt en uw leidinggevende weigert dit, dit een voor bezwaar en beroep vatbare beslissing is. Dat betekent dat u daar officieel bezwaar tegen kunt maken.
Uw leidinggevende is altijd verantwoordelijk voor de inhoud van de beoordeling. Hij is ook verantwoordelijk voor het daadwerkelijk voeren van het beoordelingsgesprek. Die taak kan hij niet aan iemand anders overdragen.
Voordat de leidinggevende met u het beoordelingsgesprek gaat voeren moet hij daar overleg over voeren met zijn eigen leidinggevende (de 'beoordelingsautoriteit’). Samen stellen ze dan vooraf de beoordeling vast.
Een beoordelingsgesprek is altijd eenzijdig; het moet worden gezien als een met argumenten onderbouwde mededeling van uw leidinggevende over een vastgestelde beoordeling. Het is dus geen jaargesprek of een functioneringsgesprek waarin beide partijen over en weer standpunten uitwisselen en op basis daarvan tot een afspraak komen.
Een beoordelingsgesprek vindt in de regel plaats tussen u en uw leidinggevende. U kunt echter bij de beoordelingsautoriteit aangeven dat u zich bij het beoordelingsgesprek laat bijstaan door iemand anders.
Uw leidinggevende moet zorgen voor een verslag van de beoordeling op het daarvoor bestemde beoordelingsformulier. Het verslag moet voordat de beoordeling plaatsvindt door zowel hem als door zijn eigen leidinggevende zijn ondertekend. Aan u wordt gevraagd het verslag na afloop van het gesprek voor gezien te tekenen. U krijgt zelf een afschrift van het verslag.
Als u het niet eens bent met het verslag kunt u uw bedenkingen kenbaar maken aan de beoordelingsautoriteit. Dit moet u binnen twee weken doen nadat u het beoordelingsformulier voor gezien heeft getekend. De beoordeling zelf wordt uiteindelijk door de beoordelingsautoriteit vastgesteld, aangevuld met uw eventuele bedenkingen. De van toepassing zijnde regeling voor het indienen van deze bedenkingen vindt u in het ODIN-document Bezwaarprocedure bij beoordelingsgesprek
Wanneer u het niet eens bent met het besluit van de beoordelingsautoriteit dan kunt u daar binnen zes weken schriftelijk bezwaar tegen aantekenen bij de Raad van Bestuur. Een eventueel bezwaar houdt de werking van de vastgestelde beoordeling overigens niet tegen. Een beslissing die gevolgen heeft voor uw rechtspositie kan daarom meteen na het vaststellen van de beoordeling worden genomen en uitgevoerd.
Klik hier voor het ODIN-document Beoordelingsgesprek
Hier vindt u het betreffende Beoordelingsformulier