Er moet wel sprake zijn van een volledige betermelding; bij een gedeeltelijke betermelding (b.v. 50%) blijft de termijn van twee jaar doorlopen. De termijnen waarin u beter gemeld was, worden overigens niet meegeteld in de totaaltelling. Met andere woorden, als u bijvoorbeeld in een periode van twee jaar twee weken volledig hersteld bent geweest, dan zal een uitkering in het kader van de WIA (als daar sprake van zou zijn) pas 106 weken (2 x 52 weken + 2 weken herstel) na uw eerste ziekmelding plaatsvinden.
Op het moment echter dat u zich binnen een termijn van 28 dagen weer opnieuw ziek meldt, wordt de nieuwe ziekmelding gezien als een vervolg op de eerdere ziekmelding. De periode waarin u weer beter was wordt dan niet meegerekend.
Meldt u zich na een periode van 28 dagen weer opnieuw ziek, dan begint opnieuw een termijn van twee jaar te lopen.
Voorbeeld
een medewerker meldt zich bij zijn leidinggevende ziek op 1 maart. Op 15 juli is hij weer zover hersteld dat hij voor 50% aan de slag gaat. Dit percentage wordt op 1 september opgevoerd tot 90%. Op 1 oktober vindt de algehele betermelding plaats en is hij weer voor 100% hersteld. Toch blijkt hij te voorbarig geweest te zijn want op 25 oktober moet hij zich opnieuw ziekmelden.
Hier is sprake van een termijn van minder dan 28 dagen die ligt tussen de betermelding en de nieuwe ziekmelding. Op dat moment geldt dat hij nog steeds vanaf 1 maart ‘doorlopend’ arbeidsongeschikt is. Had hij zich op 30 oktober opnieuw ziek gemeld, dan was er vanaf dat moment een nieuwe periode van twee jaar begonnen.