© 2008 academisch ziekenhuis Maastricht |Disclaimer |Privacy Policy |Sitemap

Buitengewoon verlof / ouderschapsverlof

Elke medewerker die langer dan een jaar in dienst is van het azM, en die de zorg heeft voor kinderen die jonger zijn dan acht jaar, heeft recht op ouderschapsverlof. Ouderschapsverlof is een vorm van onbetaald verlof die u de mogelijkheid geeft om meer tijd aan de opvoeding van uw kind(-eren) te besteden. Zowel mannen als vrouwen komen voor ouderschapsverlof in aanmerking.

Wie kan ouderschapsverlof aanvragen?
Als ouder heeft u recht op ouderschapsverlof als u in een familierechtelijke betrekking staat tot één of meerdere kinderen die niet ouder zijn dan acht jaar. Onder een familierechtelijke betrekking wordt verstaan: uw eigen of geadopteerde kinderen, of de kinderen die u heeft erkend. Op het moment dat u aan dit criterium voldoet heeft u voor elk kind onder de acht jaar recht op ouderschapsverlof.

Op het moment dat u blijvend de verzorging van een kind op u heeft genomen en u met dat kind op één adres woont, dan heeft u ook recht op ouderschapsverlof. Het gaat hier bijvoorbeeld om pleegouders, een ongehuwde vader die zijn kind niet heeft erkend of de nieuwe partner van gescheiden ouders. De gezinssituatie op de ingangsdatum van het verlof bepaalt of u recht heeft op ouderschapsverlof.

Omvang van het ouderschapsverlof.
De omvang van het ouderschapsverlof bedraagt vanaf 1-1-2009 maximaal zesentwintig maal de arbeidsduur per week en moet in principe aaneengesloten worden opgenomen in een periode van zes maanden. Dat is de standaardregeling. Het aantal uren dat aan ouderschapsverlof kan worden opgenomen bedraagt maximaal de helft van het aantal arbeidsuren per week.

Eenmalige keuze
Op het moment dat u er voor kiest voor minder dan 26 maal uw contracturen per week ouderschapsverlof aan te vragen kunt u later geen claim meer doen op het nog resterende deel. Er is dan namelijk geen sprake meer van een aaneengesloten periode.

Ook als u er voor kiest om het ouderschapsverlof niet verder voort te zetten op het moment dat het al is ingegaan, vervalt het recht op ouderschapsverlof voor het resterende deel. Met andere woorden: het tussentijds stopzetten van het ouderschapsverlof heeft tot gevolg dat het gehele verlof over de resterende periode vervalt.

Recht
Een werkgever mag een aanvraag voor ouderschapsverlof volgens de standaardregeling (26 maal het aantal contracturen per week) niet weigeren. Wilt u een andere invulling van uw ouderschapsverlof dan de standaardregeling, dan kan dat alleen als het dienstbelang zich daar niet tegen verzet. U overlegt hierover met uw leidinggevende.  Is uw leidinggevende van mening dat uw verzoek om organisatorische redenen niet kan worden gehonoreerd, dan zal hij dat moeten motiveren. Tegen die achtergrond staat het u dus vrij om uw leidinggevende te verzoeken om:

  • het verlof over een kortere of langere periode dan zes maanden op te nemen
  • het verlof op te delen in maximaal drie perioden waarbij elke periode tenminste één maand bedraagt
  • meer uren verlof toe te staan dan de helft van de arbeidsduur per week (bijvoorbeeld fulltime verlof)

U kunt zelf bepalen of en wanneer u van het ouderschapsverlofrecht gebruik maakt. Voorwaarde is in ieder geval dat het kind waarvoor u ouderschapsverlof aanvraagt niet ouder is dan acht jaar.

Bezoldiging en vakantie.
Ouderschapsverlof is feitelijk een bijzondere vorm van onbetaald verlof. Over de periode waarin u ouderschapsverlof geniet ontvangt u dus geen bezoldiging. Ook vindt er gedurende de periode waarin het ouderschapsverlof wordt opgenomen geen volledige vakantieopbouw plaats, de vakantieopbouw vindt naar rato plaats. Uw pensioenopbouw loopt wel geheel door.

In individuele gevallen bestaat de mogelijkheid om ten behoeve van het ouderschapsverlof een beroep te doen op de spaarloonregeling (ouderschapsverlof is een deblokkeringsmogelijkheid) of de levensloopregeling. Maakt u gebruik van de mogelijkheden die de levensloopregeling op dit gebied kan bieden, dan moet u wel in het jaar dat u het ouderschapsverlof opneemt deelgenomen hebben aan de levensloopregeling. Ook hebt u dan de mogelijkheid om een fiscaal voordeel te krijgen via een heffingskorting. Die bedraagt de helft van het minimumloon per opgenomen verlofuur.

Vervallen van het recht op ouderschapsverlof.
Het recht op ouderschapsverlof vervalt met ingang van de dag waarop het kind waarvoor ouderschapsverlof wordt gevraagd acht jaar wordt. U heeft geen recht op ouderschapsverlof als u nog geen jaar in dienst bent op het moment waarop het ouderschapsverlof moet ingaan.

Aanvragen.
Als u ouderschapsverlof wilt opnemen dan meldt u ten minste twee maanden voorafgaand aan het tijdstip waarop het ouderschapsverlof moet ingaan. Dit doet u schriftelijk bij uw leidinggevende.

Op uw verzoek geeft u aan:

  • het aantal uren per week aan dat u ouderschapsverlof wilt opnemen
  • de werkdagen waarin u het ouderschapsverlof wilt opnemen, en
  • de periode waarin u het ouderschapsverlof wilt opnemen

De ingangs- en einddatum van uw ouderschapsverlof kunt u zelf bepalen. Ook kunt u er voor kiezen om het ouderschapsverlof aansluitend aan uw bevallingsverlof te laten ingaan, of vanaf het moment waarop de verzorging van het kind begint.

Voor het berekenen en aanvragen van ouderschapsverlof, klik dan hier op het standaardformulier aanvraag ouderschapsverlof.

Tot vier weken voor het begin van het ouderschapsverlof kan de werkgever - na overleg met u - de gemaakte afspraken wijzigen op grond van een (onvoorzien) zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang.

Na afloop van het ouderschapsverlof wordt van u verwacht dat u weer volgens uw oude percentage dienstverband gaat werken.

Ouderschapsverlof en ziekte.
Bij ziekte loopt het ouderschapsverlof gewoon door. Het wordt dus niet (tijdelijk) stopgezet en doorgeschoven naar een latere periode.